Naar fotobesteloverzicht >>    ( foto in winkelwagen)
'Ik zag aanvankelijk geen toekomst in de muziek'
donderdag 2 september 2010 02:17
ALBLASSERDAM - Cor de Haan, in 2010 veertig jaar organist van de Gereformeerde Havenkerk in Alblasserdam, houdt zaterdag 4 september een jubileumconcert samen met vriend en collega-musicus André de Jager.

Door Bianca van Wijngaarden
Steekwoorden als Bach, klavecimbel en dubbelconcert beloven zondermeer een dynamisch programma. Fundamenten voor De Haan's muzikale loopbaan werden al vele jaren eerder gelegd. De van oorsprong Alblasserdamse organist vertelt: "Ik ga zelf regelmatig naar koor- en orgelconcerten luisteren, wat niet musici eigen is. Veel collega-koordirigenten gaan nooit bij een ander luisteren, maar ik vind het gewoon leuk om ook eens te horen wat een ander doet. Je weet maar nooit wat je ervan kan leren. Toch haal ik veruit de meeste voldoening uit het daadwerkelijk uitdragen van de muziek naar het kerkpubliek en door middel van de koren, de concerten en via tv zelfs wereldwijd. Het uitdragen van muziek en daarmee indirect ook het evangelie. De basis voor deze muzikale passie werd thuis gelegd. Mijn oom had een harmonium. Toen hij een grotere kocht vroeg hij mijn moeder of zij zijn oude over wilde nemen. Opgegroeid in een gezin waarin het orgel een centrale plaats innam stemde zij in. Ik was toen al twaalf jaar maar als je zo'n orgel koopt moet je het natuurlijk wel gebruiken. Dus moest ik verplicht op orgelles. Ik ging net naar de MULO en had er helemaal geen zin in. Maar zo ben ik begonnen."

Wedijveren
"Het gekke is dat ik het nog leuk ging vinden ook. Mede door Geert Ouweneel. Hij zat bij dezelfde orgelleraar als ik en zo zijn we vrienden geworden. Op zo'n moment ga je toch soort van wedijveren, tegen elkaar opspelen. Met hem ging ik ook naar concerten in de Grote Kerk van Dordrecht. Dan ging ik naar Feike Asma, Piet van Egmond - toentertijd de bekende organisten - en werd gegrepen door de muziek. Maar goed, mede door mijn vriendschap met Geert werd ik gestimuleerd harder te werken en meer te studeren. Toch zag ik er aanvankelijk geen toekomst in. Muziek, dat was iets voor erbij. De planning was om na militaire dienst een tandartsopleiding te volgen. Zo kon ik in korte tijd veel geld verdienen en tijd overhouden voor muziek. Toen ik me liet testen werd me echter geadviseerd naar het conservatorium te gaan. Ik heb toelatingsexamen gedaan en kwam er nog in één keer door. Later kwam ik ook voor een koor te staan. Zo ben ik doorgegaan met koordirectie en onderwijsakte. Beide diploma's heb ik behaald. Qua koren en onderwijs is het muzikale deel van mijn leven sindsdien eigenlijk alleen maar groter geworden. Ik heb nooit zonder werk gezeten. Momenteel heb ik nog drie koren: Deo Cantemus, met een jaarlijks kerstconcert in De Doelen, in Alblasserdam het Gereformeerd Kerkkoor en in Zwijndrecht ook een Gereformeerd Kerkkoor. Bovendien speel ik orgel in vier kerken. Zolang als de Havenkerk in Alblasserdam oud is ben ik er organist."

Voedingsbodem
"Ik ben destijds doorgegaan. En dat zonder dat ik muziek zag als het als ideaalbeeld voor de rest van mijn leven. Ik ben er eigenlijk vanzelf ingerold en heb er nadien nooit spijt van gehad. Je draagt iets over. Als dat zijn voedingsbodem heeft bij de mensen, wat wil je dan nog meer? Dat merkte ik laatst ook bij een inloopconcert in Urk. De mensen waren súperenthousiast. Dan ben je op weg naar huis, je loopt buiten op straat en overal schieten mensen je aan: Het was een geweldige avond. Je hebt er zelf plezier aan beleefd en ook degene die het ontvangt gaat met plezier in het hart weer weg. Dan ben je toch in je werk geslaagd?"